Wens Jordaanmuseum ondersteund door trouwe fans

Wens Jordaanmuseum ondersteund door trouwe fans
Vanaf links vrijwilligster Leona Promes, Stien Bosman-Volker, Mieke Krijger van het Jordaanmuseum, Annie Hogendorp-Zurburg, Annie van Gent-Van Beusekom en Rie Moerkerken zien het museum graag in het voormalige Nassautheater.

De vaste tentoonstelling van het Jordaanmuseum is gehuisvest in woonzorgcentrum De Rietvinck aan de Vinkenstraat 185.

De vaste tentoonstelling van het Jordaanmuseum is gehuisvest in woonzorgcentrum De Rietvinck aan de Vinkenstraat 185.

Eerder was het museum ruim een jaar gevestigd in een 19de-eeuws pand aan de Palmstraat. Als het aan Mieke Krijger, voorzitter van de Stichting Jordaanmuseum, verhuist het museum naar een permanent adres; het voormalige Nassautheater. En die wens wordt ondersteund door enkele dames die iedere maandag de soos in activiteitencentrum Reel bezoeken.

Het Jordaanmuseum wordt beheerd door de in 2007 opgerichte Stichting Jordaanmuseum. Het wil onderzoeken en vastleggen hoe de wijk de Jordaan zich in de 600 jaar van haar bestaan ontwikkeld heeft.

Verkrotten

’Het Nassautheater aan de Lijnbaansgracht 32-34 staat er nu smerig bij. Het is het aanzicht niet waard’, zeggen de dames. ’Maak er iets moois van voor de mensen die er wonen en er langs lopen. Ook voor de mensen die in de Marnixstraat wonen en er tegenaan kijken. Wij vinden het een prachtige plek voor het Jordaanmuseum.’

Volgens de dames willen ze de Jordaan behouden, maar doen ze niks met het theater. ’Het staat al bijna vijftien jaar te verkrotten. De liefde gaat overal uit.’

Financiers

Al eerder beschreef Mieke Krijger de situatie rond het Jordaanmuseum uitvoerig in deze brief:

’De erfgoedstatus van hofjes waardeert eenieder. Die van ensembles als het Nassautheater, Lijnbaansgracht 31-32, met de er achter gelegen krotjes aan Berengang, Willemsstraat 173 tot en met 183 is minder duidelijk en minder vanzelfsprekend. Toch maken ook deze deel uit van het Rijksbeschermde stadsgezicht. Het handhavingsbeleid van de gemeente ten aanzien van deze ensembles van gangen, binnenplaatsjes en aangrenzende panden, is niet helder.’

’Wij spreken hier over erfgoed op deze plek, in de wijk de Jordaan, niet over uit de context gerukt erfgoed. Niet over het ensemble Pottenbakkersgang in dat als een museaal object deel uitmaakt van het Openluchtmuseum in Arnhem, niet over een „reconstructie” van een krotwoning in een container bij museum ’t Schip, en ook niet over de reconstructie van een gang in het Volksbuurtmuseum in Utrecht. Nee het gaat hier over de Berengang met aangrenzende krotjes aan de Willemsstraat in de Jordaan.’

Gangen

V’an de tijdlijn van deze ensembles, circa 1578 tot heden, speelt slechts een kort tijdvak een rol in het collectieve geheugen. Dat is het tijdvak van eind negentiende tot en met begin twintigste eeuw. Toen waren de eeuwenoude ensembles vervallen tot „krotten en sloppen.” In die in verval geraakte ensembles leefde de mensen destijds onder erbarmelijke omstandigheden. De Jordaan is de enige wijk van Amsterdam – die nog steeds met dat verleden wordt geassocieerd.’

’Dankzij Het Gangenproject -Willemsstraat 22-110 en het Gangenaambordenproject heeft het Jordaanmuseum het voor elkaar gekregen dat het besef doordringt dat veel gangen ouder zijn dan de Jordaan. Het Jordaanmuseum verzamelde informatie over gangen in binnen- en buitenland, en ontdekte dat vergelijkbare stedenbouwkundige ensembles in Lübeck een UNESCO erfgoedstatus hebben. Een viertal onderzoeken, verricht in opdracht van de Gemeente Amsterdam naar het ensemble Pottenbakkersgang, maakt duidelijk dat de vele vertellagen van dergelijke ensembles alleen hier tot hun recht komen. Dat beamen ook medewerkers van het Openluchtmuseum in Arnhem.’

’Echter: niet één „krot en slop” is ter plekke toegankelijk. Dit terwijl zich bij het Jordaanmuseum een (mede)financier heeft gemeld voor dit erfgoed en een die de gang met krotten wil consolideren zodat het toegankelijk wordt voor het publiek. De gemeente is eigenaar van de gang. En moet ook op het gebied van erfgoed handhaven. Een unieke kans dus.’