Langdurige celstraf geëist dodelijke schietpartij Kattenburg

Langdurige celstraf geëist dodelijke schietpartij Kattenburg
Foto: archief
OOST -De officier van justitie heeft een celstraf van zestien jaar geëist tegen een toen 39-jarige verdachte die in de nacht van 22 op 23 november 2017 een 19-jarige jongen heeft doodgeschoten. De verdachte is woonachtig op Kattenburg.

OOST -De officier van justitie heeft een celstraf van zestien jaar geëist tegen een toen 39-jarige verdachte die in de nacht van 22 op 23 november 2017 een 19-jarige jongen heeft doodgeschoten. De verdachte is woonachtig op Kattenburg.

Op zes anderen is geschoten waarbij twee van hen door kogels zijn geraakt en zwaargewond naar het ziekenhuis moesten afgevoerd. Voorafgaand aan de schietpartij was er een ruzie waarbij verdachte werd geslagen en geschopt. In de avond van 23 november werd de verdachte aangehouden nadat hij zelf de politie had gebeld.

Verdachte heeft bekend te hebben geschoten. Op basis van die bekentenis, de getuigenverklaringen, van het sporenbeeld en van de letselrapportages kan worden geconcludeerd dat de verdachte die nacht zeven kogels heeft afgevuurd op een groepje vluchtende jongens. Een 19-jarige jongen raakte dodelijk getroffen en twee anderen liepen zware verwondingen op, vier anderen zijn ontkomen aan de kogels. De officier van justitie verdenkt de verdachte van één keer doodslag en zes keer poging daartoe.

Aan die schietpartij zou een conflict rond een gestolen scooter en beenkleed ten grondslag hebben gelegen. De verdachte zou een paar dagen eerder een scooter met beenkleed hebben weggenomen. Dezelfde dag kreeg de eigenaar de scooter weer van hem terug, maar zonder het bijbehorende beenkleed. Vlak voor de schietpartij probeerde de verdachte het beenkleed alsnog op de scooter te bevestigen. Toen dat niet lukte, werd de verdachte van achteren aangevallen. Uit het politieonderzoek is inderdaad duidelijk geworden dat een aantal van de latere slachtoffers verdachte voorafgaand aan de schietpartij hebben geschopt en geslagen. Na de aanval, haalde de verdachte zijn vuurwapen uit zijn broeksband, schoot hij vanuit een geknielde houding en daarna ging hij schietend achter de jongens aan.

De verdachte heeft aangegeven uit noodweer te hebben geschoten. In haar requisitoir heeft de officier van justitie vanochtend uitgelegd dat daar geen ruimte voor is, omdat het onderzoek heeft aangetoond dat verdachte die avond zelf – nadat hij de jongens had gezien – de straat op is gegaan met een (door)geladen vuurwapen, dat de jongens zijn weggevlucht op het moment dat de verdachte zijn vuurwapen ter hand heeft genomen en dat de vluchtende (ongewapende) jongens van achteren – zeven keer – zijn beschoten. Verdachte gaf aan dat hij doodsangst zou hebben uitgestaan. Nergens blijkt uit dat verdachte daadwerkelijk door een hevige gemoedsbeweging tot zijn handelen is gekomen. Dus ook noodweerexces is in de ogen van de officier van justitie niet aan de orde.

De officier heeft een hoge strafeis geformuleerd gezien de ernst van de feiten. “Bij de nabestaanden van de overleden jongen is een onbeschrijfelijk gat geslagen door het verlies van hun zoon, broer en neef. (-) Bij de twee gewonde slachtoffers waren levensreddende operaties noodzakelijk. (-) De overige vier zijn beschoten en waren er getuige van dat hun vrienden door kogels zijn geraakt. De onbezorgde jeugd van alle betrokken jongens was in één klap voorbij. Dit zullen zij voor lange tijd, zo niet de rest van hun leven, bij zich dragen.”