Winkelstraatvereniging Jan Eef hoopt op nieuw perspectief

Winkelstraatvereniging Jan Eef hoopt op nieuw perspectief
De Mercatormarkt is een van de initiatieven van Winkelstraatvereniging Jan Eef. - Foto: Mildred Theunisz
WEST – De reden om Winkelstraatvereniging Jan Eef op te richten was een verdrietige. Op 7 oktober werd in de Jan Evertsenstraat juwelier Fred Hund bij een overval neergeschoten. Niet veel later overleed hij in het ziekenhuis.

WEST – De reden om Winkelstraatvereniging Jan Eef op te richten was een verdrietige. Op 7 oktober werd in de Jan Evertsenstraat juwelier Fred Hund bij een overval neergeschoten. Niet veel later overleed hij in het ziekenhuis.

Zo kon het niet langer doorgaan vonden bewoners en ondernemers. Met het buurtinitiatief ‘Ik Geef om de Jan Eef’ riepen zij toen buurtgenoten op om vaker boodschappen te doen in de Jan Evertsenstraat. Nadat het bewonersinitiatief in 2010 gestart was, werd in september 2011 Winkelstraatvereniging Jan Eef opgericht. Hierin werken ondernemers én bewoners samen aan een betere buurt.

Teleurgesteld

‘Het is nog niet perfect, maar het gaat zeker beter met de buurt’, zegt Jeroen Jonkers, stadmaker en medeoprichter van Ik Geef om de Jan Eef. ‘Maar we zijn nog niet overbodig.’ Daarom zou Jonkers teleurgesteld zijn als straks het doek valt voor de vereniging. Simpel omdat er niet genoeg budget is en het aantal mensen dat de vereniging draaiende houdt tot een minimum gedaald is. ‘We kunnen het niet aan.’

In de eerste jaren kreeg Geef om de Jan Eef voldoende financiële bijdrage van de gemeente. ‘Zelf vulden wij dat aan tot een 4 keer zo hoog bedrag. Dit deden we met commerciële activiteiten, fondsenwerving, aanvullende opdrachten bij de gemeente en simpelweg omdat onze medewerkers een derde van hun normale tarief factureren. In die tijd hadden we een team van 30 mensen en deden we 20 projecten per jaar.’

Sinds het beter gaat met de buurt is de aandacht van de gemeente verschoven naar andere zaken. Dat houdt ook in dat er minder financiën beschikbaar zijn. ‘Hierdoor kunnen we veel minder doen.’ Inmiddels werken er 8 mensen aan 4 projecten.

Onlangs stemde een meerderheid van de ondernemers tegen het verlengen van de Bedrijven Investeringszone (BIZ) Jan Eef. In een BIZ investeren winkeliers zelf in de winkelstraat door in te leggen in een gezamenlijk fonds. Hieruit worden activiteiten bekostigd die de straat en het winkelgebied ten goede komen. Deze stemming kan onder meer gevolgen hebben voor de Mercatormarkt, de Jan Eef krant en de jaarlijkse feestverlichting. ’Hoewel 35 procent van de winkeliers vóór de BIZ stemde, is de uitslag toch teleurstellend.’ Het pijnpunt was waarschijnlijk de hoogte van de BIZ-bijdrage van gemiddeld 150 euro per jaar. ‘Verder beseffen winkeliers niet altijd wat de winkelstraatvereniging voor ze gedaan heeft.’

Hierdoor dreigt na ruim 6 jaar later een einde te komen aan ‘Ik Geef om de Jan Eef’. ‘Dat zou jammer zijn, ook omdat dit model uniek is in binnen- en buitenland’, gaat Jonkers verder. ‘Er is in het verleden belangstelling voor onze manier van organisatie en werken geweest uit bijvoorbeeld Parijs, Seoul, Gent, Londen en Tapei.’

Volgens Jonkers zijn er successen geboekt. ‘Er hebben zich hier diverse lokale ondernemingen gevestigd die ook levensvatbaar zijn gebleken. Dat trekt natuurlijk andere ondernemers aan. We zijn met de Mercatormarkt gestart, hebben een succesvolle website en Facebook-pagina, maar meer in het algemeen is hier een houding ontstaan van ‘we lossen het samen op’.’

Die houding een beetje weggezakt vindt Jonkers. ‘Voor mij is het cruciaal dat we weer samen aan een betere buurt blijven werken in plaats van dat er naar ons wordt gekeken.’

Op donderdag 20 april wordt er een Buurt brainstorm gehouden bij Toon aan de Jan Evertsenstraat 8. Vanaf 18.30 uur begint de inloop en ongeveer een half uur later kunnen ideeën ingebracht worden.

‘Ik ben benieuwd naar de inbreng want wij hebben nog steeds energie om er mee door te gaan, alleen we zien door de gang van zaken geen perspectief meer. We hopen dat er mensen zijn die ons dat perspectief weer kunnen geven.’