Sjamaniste Linda Wormhoudt onderzoekt grafheuvels en dodenwegen bij Hilversum en Laren

Linda Wormhoudt
 INGEZONDEN Voor haar boek over de oude magische werkvorm seidr heeft sjamaniste Linda Wormhoudt onderzoek gedaan naar onder meer de grafheuvels en dodenwegen op de hei bij Hilversum en Laren. Enerzijds door in bronnen op zoek te gaan naar informatie, anderzijds door ter plekke onderzoek te doen. Door haar bevindingen te publiceren wil ze mensen oproepen om toch vooral respectvol om te gaan met de grafheuvels en het omringend landschap, respect te hebben voor onze voorouders en het land dat zij bewoonden.
Veel kennis over religie en spiritualiteit in het prechristelijke Noordwest-Europa is verloren gegaan. In Nederland liggen er meer dan 3000 grafheuvels, gemaakt door het Klokbekervolk. We weten niet veel over de cultuur van de Klokbekermensen en hoe ze over de dood dachten. Uit de Scandinavische culturen met grafheuvels is bekend dat ze de voorouders als een positieve kracht beschouwden, die de vruchtbaarheid van het land en het welzijn van de nazaten positief zouden kunnen beïnvloeden. Tevens claimden ze het landschap door een permanent monument neer te zetten: dit land is van ons, wij wonen hier, wij blijven hier, onze voorouders liggen in het land en maken er deel van uit. Zijn er parallellen te vinden met de culturen die in Nederland grafheuvels bouwden?

Om meer te begrijpen over de prechristelijke tijden in Nederland en de rol van grafheuvels onderzocht Linda de vele Scandinavische saga’s, mythen, oude Noordwest-Europese wetsbepalingen en andere bronnen. Ze vond flarden informatie over mensen die seidr bedreven, een Scandinavische magische werkvorm die zich vooral op de dood leek te richten. De uitvoerders gingen op of bij een grafheuvel zitten om contact te maken met de voorouders in hun grafheuvels om informatie te verkrijgen voor de gemeenschap en over het lot van individuele personen. Omdat zij wilde weten wat er dan precies gebeurt, is Linda zelf ook bij grafheuvels gaan zitten, onder meer op verschillende historische plaatsen in Noorwegen, maar ook op de hei tussen Hilversum en Laren. Deze werd eeuwenlang als begraafplaats gebruikt. De heuvels zijn ongeveer 4000 jaar oud en stammen vooral uit het neolithicum en de bronstijd.



Zitten bij een grafheuvel



De útiseta, het zitten bij of op een grafheuvel om wijsheid en kennis te vergaren, wordt in diverse Noordse saga’s beschreven. In dit ritueel ging een vala (iemand die seidr bedreef) op een grafheuvel zitten om wijsheid en kennis te vergaren. Maar wat deed ze precies op de heuvel? Ook Britse barden en Noorse skalden zochten inspiratie op grafheuvels, liggend onder een deken of huid, om toegang te vinden tot het dodenrijk, waar ze liederen en verzen konden leren. Ook in continentaal West-Europa zijn hier en daar aanwijzingen en summiere verslagen te vinden over mensen die vreemde dingen zouden doen op speciale, spirituele plaatsen. “Dat wat ze op stenen doen”, zegt het Indiculus Superstitionum, een geschrift uit de achtste eeuw. “Mensen die met geesten praten op heuvels”, vertelt een oud verhaal uit Hilversum. “Het spookt op de heide”, zeggen Nederlandse volkslegenden. “Er is geen bewijs”, zeggen mensen met een meer verstandelijke insteek.

Linda: “Dat klopt, er is geen hard bewijs. Er zijn slechts minimale aanwijzingen, te vinden in sagen, volksgebruiken en legenden. Ook archeologen vinden steeds nieuwe stukjes van de puzzel, aanwijzingen over het spirituele leven van onze voorouders. Maar deze zijn soms moeilijk te interpreteren. Ik besloot zelf utisétas uit te voeren om zo inzicht te verwerven in een van de oeroude rituelen van onze vroege voorouders.”



In haar boek ‘Seidr, het Noordse pad, werken met magische en sjamanistische sporen in Noordwest-Europa’ doet Linda verslag van een utiséta die ze uitvoerde:

Ik zit op de heuvel. Mijn staf vertrouwd in mijn hand, het berkenhout glad onder de palm. Ik probeer mij af te stemmen op de omgeving. Zitten op een heuvel geeft een dubbel gevoel: enerzijds verbonden met het landschap, anderzijds verheven, uitkijkend over de uitgestrekte heide.

Kennis vergaren. Wijsheid en inspiratie vinden. In andere Europese landen ging men onder een deken, cape of huis op een grafheuvel liggen, afgesloten van de dagelijkse wereld, zich terugtrekkend in een andere wereld, die van de doden. Onder mij ligt een heuvel, met veel liefde en moeite gemaakt door verre voorouders voor hun overledenen. Een monument dat duizenden jaren later nog steeds bestaat, hoewel leeggehaald, opengetrokken, beroofd, hersteld, gerestaureerd.

Zit er nog iets? Is er nog een aanwezigheid voelbaar van de mensen die hier zijn begraven?

Eigenlijk zou ik iets over mij heen moeten trekken: een jas, een deken, een mantel, zoals de Noorse vala deed. Maar in dit landschap waar fietsers, wandelaars en gezinnen met kinderen voorbij komen, lijkt mij dat iets voor een volgende keer.

Met gesloten ogen probeer ik contact te maken met de figuur die ik hier al eerder zag. Als hij komt, zie ik hem niet, maar ik voel de haren in mijn nek overeind komen. Achter mij zit hij die verbonden is met deze heuvel. Ik voel beweging: eerst achter mij, dan rechts, dan voor mij, dan links.

“De windrichtingen”, zegt hij. Hij noemt ze bij naam in zijn taal en strekt zijn handen uit. “Elke windrichting is een pad”, verklaart hij dan. “Het dodenrijk ligt op verschillende lagen tegelijk en is te bereiken via verschillende wegen. Welk pad je neemt hangt af van de manier waarop je je leven leidde, je rang, de dingen die je deed en de dingen die je niet deed.”

Daar wil ik meer van weten en ik wil doorvragen, maar op dat moment komen er twee wandelaars voorbij. Ze stoppen, ze kijken, ze blijven staan. “Loop door”, mompel ik, boos over de verstoring. Dit voelt als een verstoring van privacy, de heide is groot, er is niets te zien hier, loop door!

Het duurt lang voordat de wandelaars besluiten dat ik niet interessant genoeg ben. Ik ben even gedesoriënteerd. Opnieuw probeer ik contact te leggen. Dat gebeurt sneller dan ik had gedacht. Ik moet gaan liggen. Ik ben een dode. Mijn lichaam is beschilderd met tekens in het rood. De man zit rechts van mij - een mij onbekende vrouw zit links. Boven mijn dode lichaam raken hun handen elkaar. Deze twee mensen zijn de hoogsten in rang en ze doen een dode, mij, uitgeleide.

“We danken je voor alles, maar je moet nu gaan”, zingen ze. “Je kunt naar Oost, naar Zuid, naar West en naar Noord. Kies je pad, en ga van ons.” Het lied is mij totaal onbekend, in een taal die ik niet zou moeten verstaan, maar ik begrijp de essentie. Dit dodenritueel zorgt ervoor dat de dode niet blijft hangen, maar op weg gaat, naar een andere plaats, een andere wereld. Ik zing het lied mee en probeer het te onthouden. Als er opnieuw wandelaars voorbij lopen, schrik ik. Ik ben weer alleen op de heuvel. Geïrriteerd loop ik naar beneden.<<





Magische paden in het landschap



In verschillende oude Europese culturen geloofde men dat de zielen van de doden, natuurwezens en wezens uit andere werelden in deze fysieke wereld konden lopen volgens bepaalde patronen, wegen, lijnen en paden. Deze wegen waren geografisch in het aardse landschap aanwezig, maar waren ook zichtbaar in andere werelden. De spaarzame geschreven bronnen vertellen dat deze paden altijd recht lopen en in vroeger tijden door langvergeten volkeren werden gebruikt als ceremoniële paden. Al deze wegen lijken een connectie te hebben met andere werelden en het dodenrijk in het bijzonder. Linda: “In heel Noordwest-Europa zijn dergelijke wegen gevonden. Sommige zijn in de loop der eeuwen gekleed in een christelijke mantel, maar als we onder die mantel kijken, vinden we oudere, heidense tradities die ons meer kunnen vertellen over de geloofsovertuigingen van onze Germaanse en Keltische voorouders.” Bij haar onderzoek naar de grafheuvels op de heide constateerde Linda dat de individuele heuvels vaak een eigen kracht en energieveld hadden, maar daarnaast deel uitmaakten van een groter geheel. Niet alleen de grafheuvels waren belangrijk, maar het hele gebied erom heen vervulde een ceremoniële functie. Hoewel ze geen zichtbare sporen (meer) van ceremoniële wegen kon ontdekken, leek het haar logisch dat die er wel waren geweest. Langs deze ceremoniële wegen werden generaties lang de doden naar hun laatste rustplaats gebracht. Steeds meer besefte ze dat niet alleen de grafheuvels in het wereldbeeld van de Ouden deel uitmaken van het dodenrijk, maar dat de hele omgeving een rol speelt. Haar bevindingen worden onderbouwd door sporen van ceremoniële wegen die archeologen op verschillende plaatsen in Nederland hebben aangetroffen. Zo zijn bij Oss palenrijen van honderden meters lang tussen de grafheuvels aangetroffen. Ook bij Haps (NB) en op het Noordsche Veld te Zeyen werden restanten van vele palen ontdekt. Volgens David Fonteyn, archeoloog te Leiden, werden sommige grafheuvels echter gebouwd op eerdere nederzettingen. Dit roept nieuwe vragen op, waar lag de scheiding tussen het land van de levenden en dat van de doden?



Linda bezoekt de grafheuvels, stuk voor stuk. Soms alleen en soms in gezelschap. Sommige heuvels voelen leeg, andere bezitten een haast onnoembaar energieveld, weer andere willen gewoon met rust worden gelaten. Daarnaast onderzoekt ze de dodenwegen in het Larense gebied en voert er oude rituelen uit, gebaseerd op de summiere verslagen in historisch bronnen. Lezen over de geschiedenis is een pad, maar het uitvoeren geeft andere inzichten. Ze verbaast zich over het contact dat ze met het landschap voelt. De verbondenheid groeit en daarmee ook het besef van verantwoordelijkheid. Moet ze hierover wel schrijven? Dan komt er een stroom publicaties van anderen op gang: de heuvels en hun spirituele mogelijkheden zijn ontdekt. Linda: “Soms is zwijgen niet de weg. Ik wil heel graag vertellen over de schoonheid en de historie van dit gebied. Over de vergeten volkeren die hier hebben gewoond, de prachtige grafgiften, over de schat aan feitelijke en spirituele informatie. En vooral over ethiek. Want wij zijn, als nazaten, verantwoordelijk voor ons historische erfgoed. Dit erfgoed heeft ons respect en onze verzorging nodig. Want hoe kunnen wij het verantwoorden dat we wel de belangrijkheid van het Engelse Stonehenge en Avebury inzien, maar tegelijkertijd onze eigen prehistorische monumenten aan hun lot overlaten?



‘Seidr, het Noordse pad - werken met magische en sjamanistische sporen in Noordwest-Europa’, Linda Wormhoudt, 408 pagina’s, geïllustreerd, ISBN 9789077408742, € 39,50, een uitgave van A3 boeken, http://www.A3boeken.nl

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Reageer nu

Om een reactie te plaatsen moet je eerst inloggen.
 

Overig nieuws



 

Kies editie:

Schrijf mee

 

Stelling

Ernst Bakker was een uitstekende burgemeester

Agenda

10 sep.
Wekelijks (Echt)scheidingsspreekuur
10 sep.
Schudden - Noorderzon - Try out
10 sep.
Filosofisch en spiritueel eetcafé Leeftocht
Naar de agenda | Voeg een agendapunt toe

Auto zoeken